Een ogenblik geduld a.u.b.

Sectorrapportages

* Arnold Jonk

Description

Extra information

‘Kansengelijkheid: hogere kwaliteit van onderwijs voor alle kinderen’

Voor Arnold Jonk is kansengelijkheid geen thema dat, nu het onderwerp van maatschappelijk debat is, deze periode tijdelijk zijn aandacht heeft. Integendeel, het is zijn drijfveer om in het onderwijs te werken: “Als eerste in de familie die ging studeren, heb ik zelf ervaren dat onderwijs kansen biedt. Mijn missie is dan ook hogere kwaliteit van onderwijs voor iedereen.”

Met zijn wiskundeknobbel werd al snel duidelijk welke studie Arnold Jonk zou volgen, namelijk Informatica. Nadat hij vervolgens gepromoveerd is, ging Jonk bij een adviesbureau werken.  Al gauw merkte hij dat de profit sector niet bij hem paste en maakte hij via het ministerie van Economische Zaken de overstap naar het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Daar ontdekte hij waar zijn hart lag: het onderwijsveld zelf. “Niet alleen met betrekking tot de leerlingen, maar ook met het oog op de mensen die er werken, de manier hoe het georganiseerd is. Het was voor mij dan ook een logische stap om bij de onderwijsinspectie te gaan werken,” vertelt Jonk. Uiteindelijk wilde hij zelf deel uitmaken van de onderwijssector en is sinds 2018 bestuurder van stichting Samen tussen Amstel en IJ. “Ik heb heel bewust voor deze baan gekozen: Amsterdam omdat ik aan de stad wil werken waar ik van hou en in het basisonderwijs waar ik blij word van deze leeftijdsgroep en ik weet dat ik iets voor hen kan betekenen.

Ik heb hier echt mijn plek gevonden, elke dag mag ik met mensen werken die gericht zijn op hetzelfde doel, dat is heel constructief. Dit is bovendien een werkplek waar ik geen energie hoef te steken in onwil of conflict, er zijn weinig ego’s en dat heeft alles met de sector en de stad te maken,” gaat de schoolbestuurder verder.

Respect

Hogere kwaliteit van onderwijs voor alle kinderen is zijn eerste prioriteit: “Als dat betekent dat ik hiervoor ook moet samenwerken met partijen buiten het onderwijs – ouders, jeugdzorg – dan doe ik dat. Het gaat me hierbij niet om de snelheid, als we er maar met ons allen aan blijven werken.”

Een andere prioriteit voor Jonk is ‘duurzaam respect voor het werk van de mensen die in het basisonderwijs werken: van conciërge, huisvestingsmedewerker tot schoolleider. Jonk: “Ik blijf de vraag stellen ‘is het uitvoerbaar werk?’. Daarnaast is het ook belangrijk om expliciet en structureel in te zetten op  ontwikkeling en professionalisering van docenten en schoolleiders.”

Lerarentekort

Een thema dat Jonk in het bijzonder wilt uitlichten, met name in het licht van de grootstedelijke ligging in de hoofdstad, is het lerarentekort. “Binnen Amsterdam werken we al aan een aantal oplossingen. Een eerste is het eerlijker verdelen van onderwijzend personeel, niet alleen binnen de regio maar ook landelijk. Een tweede inspanning is dat we leraren langer aan ons proberen te binden, hoe ‘hou’ je ze? Door perspectief te bieden, ontwikkelvragen en ambities serieus nemen. Een derde oplossing zie ik in meer mensen tot leraar opleiden, hoe zorgen we voor meer leraren? Bijvoorbeeld door structureel goede stageplekken te bieden,” licht Jonk toe. “En als vierde oplossing kunnen we ondertussen aan kortetermijnoplossingen werken, hoe gaan we in tussentijd om met het tekort aan leraren?”

Inhoudelijke stelselwijziging

Jonk is kritisch over hoe de laatste jaren in Nederland het onderwijsdebat gevoerd wordt: “In mijn ogen weinig constructief, alleen praten en geen besliskracht. De discussie gaat niet over de inhoud maar in feite over de governance, bijvoorbeeld gelet op het toenemend gemor over besturen of gemopper over vakbonden. Dat vind ik non-discussies waar ik liever geen energie in steek.

Als ik dan toch een oproep doe aan de politiek, dan pleit ik meteen voor een inhoudelijke stelselwijziging en specifiek op de volgende punten.
Allereerst maak van kinderopvang en buitenschoolse opvang een publieke basisvoorziening. Stel daarnaast de vroege selectie in het onderwijs uit: inmiddels heeft ook de Onderwijsraad aangegeven dat later selecteren leerlingen meer kansen geeft.

Verder moet er meer balans komen tussen lesgevende en lesprofessionaliserende taken. In Nederland is een leraar bijna voltijds met lesgeven bezig en blijft er weinig tot geen tijd over voor ontwikkeling en professionalisering. Tot slot pleit ik voor ongelijker financieren: nu is bijvoorbeeld slechts zo’n vier procent van het onderwijsbudget bestemd voor achterstandsmiddelen. Dat is veel te weinig.

Kortom, de randvoorwaarden moeten anders, die bijdragen aan hogere kwaliteit van onderwijs.”

 

Keywords
-

Commentaar van gebruikers